VILLA ROZENBURG

(1912 - 1949)

TERUG NAAR OVERZICHT

 

 

Locatie: Hoofdstraat 190‚Äč

Naast de fabrikantenvilla’s ‘Colorito’ en ‘Nieuwegaard’ werd in 1912 op verzoek van Antoon [A.E.A.M.] Bolsius villa Rozenburg gebouwd, waarvan hij zelf op 25 november 1912 de eerste steen heeft gelegd. De bouwstijl wordt omschreven als chalet-architectuur met kenmerkende elementen zoals bv. veranda’s, balkons, verspringende dakdelen en veel fraai houtsnijwerk in het interieur. Door de bombardementen tijdens de granaatweken was het oude raadhuis verwoest en niet meer bruikbaar. Tijdens een raadsvergadering in 1948 werd besloten villa Rozenburg aan te kopen om het tijdelijk in te richten als gemeentehuis. Op 9 januari 1949 is het officieel in gebruik genomen en heeft als zodanig gefunctioneerd tot juni 1960. Daarna zijn er nog gemeentelijke afdelingen in gevestigd geweest en na enkele verbouwingen, heeft het pand al geruime tijd een kantoorfunctie. 

Bij de ingebruikneming van het nieuwe Raadhuis. De geschiedenis der vroegere Raadhuizen

VILLA ROZENBURG AANGEKOCHT

Medio januari 1948, toen men hoorde dat de heer Ant. E. A. Bolsius de gemeente wilde gaan verlaten, nam men terstond contact op met deze heer Bolsius om te onderhandelen over de eventuele aankoop van diens villa om die in te richten als tijdelijk raadhuis. Zou er resultaat bereikt worden, dan bracht dit voor het door de oorlog zo zwaar getroffen Schijndel, de volgende oplossingen. 1. De outillage van de secretarie zou aanmerkelijk verbeterd worden. 2. Het landbouwonderwijs kon weer in zijn eigen school worden gegeven, in de onmiddellijke nabijheid van de schooltuin. 3. Het avond-tekenonderwijs hetwelk op zeer gebrekkige wijze werd gegeven, kon weer in de vroegere lokalen worden gegeven. 4. Hoewel nog een noodoplossing, zou het een vooruitgang zijn voor het U.L.O.-onderwijs voor jongens, welke naar het restant gedeelte van het oude raadhuis zou kunnen verhuizen, hetwelk vrij zou komen wegens terugkeer van de landbouwschool naar haar eigen gebouw.

Op 14 januari 1948 werd de voorlopige koopovereenkomst gesloten. In zijn vergadering van 23 januari 1948 besloot de raad reeds om de villa van de heer Bolsius met de daarachter gelegen tuin, ter gezamenlijke grootte van 0.79.65 ha. Aan te kopen voor de som van f. 57.000,-- Op 4 februari d.a.v. verleenden gedeputeerde staten reeds hun goedkeuring aan dit raadsbesluit. Vanzelfsprekend kon men die villa niet zonder meer betrekken. Aan de achterzijde werd een nieuwe uitbouw opgetrokken. Men verkreeg daardoor in een der benedenlokalen ruimte welke voor loket werd ingericht en een van de grote kamers op de bovenverdieping kon geschikt worden gemaakt voor raadzaal. De oude vloeren werden vervangen door parketvloeren.

Omdat men in de landbouwschool nog veelal met tafels werkte, moesten er ook nieuwe bureaux worden aangeschaft. Meubilair voor de raadzaal was er ook nodig enz.enz. Echter beperkte de aanschaf zich tot het allernoodzakelijkste. Om een voorbeeld te noemen. Op de commissiekamer - tevens trouwkamer- werd nimmer nieuw meubilair geplaatst. Men bleef in de gedachte leven: Het is een tijdelijk raadhuis; laat maar wachten op het nieuwe.

Op 16 december 1948 is men overgehuisd van de landbouwschool naar Villa Rozenburg. Op 19 januari d.a.v. werd met een officieel tintje de ingebruikneming van dit raadhuis gevierd. Bij die gelegenheid werden twee smeedijzeren lichtkronen voor de raadzaal door de heer H.P.C. Jansen z.g. aangeboden. Ook de geschilderde portretten van de burgemeesters welke Schijndel vanaf 1810 heeft gekend werden ten geschenke gegeven.

Hoewel er reeds een flinke verbetering was ingetreden, was het toch nog lang niet wat het zijn moest. Het was nog veel behelpen. Daar kwam nog bij, dat de administratieve bemoeiingen steeds grotere omvang aannamen als gevolg waarvan er meer personeel nodig was.

Ook de Dienst van Openbare Werken in een gemeente als Schijndel, waar vele woningwetwoningen werden gebouwd, met alle gevolgen van dien, zoals aanleg van straten, riolering, verlichting enz.enz. kreeg steeds meer en meer werk.

In het najaar 1949 betrok de Dienst van Openbare Werken een houten noodgebouw, geplaatst op de oude markt, aan de Kloosterstraat en hetwelk werd verlaten door het opgeheven “Wederopbouwkantoor Schijndel”. In maart 1954 installeerde de afdeling Sociale Zaken zich in een dito gebouw hetwelk was geplaatst achter villa Rozenburg. In beide gevallen kon weer van verbetering worden gesproken. Toch was de ruimte in dit tijdelijke raadhuis lang niet toereikend om de diensten behoorlijk te doen functioneren. Het archief was nog steeds in de niet-brandvrije en niet te verwarmen kelder ondergebracht. Het kadaster stond in een klein vierkant vertrek hetwelk tevens als keukentje dienst deed. Het gebeurde nog al eens, dat een huwelijk moest worden voltrokken op de burgemeesterskamer of in de daartoe veel te kleine secretariskamer, omdat de commissiekamer, waarin ook de huwelijken werden voltrokken, reeds voor andere doeleinden in gebruik was. De burgemeester werd zelfs wel eens gedwongen zijn kamer even af te staan voor een te voltrekken huwelijk. Regelmatig was de raadzaal in gebruik voor allerlei andere doeleinden. 

Bron: De Schijndelse Krant vrijdag 17 juni 1960 no. 24, bladzijde 3.

TERUG NAAR OVERZICHT